In het Noorse Egersund resideert de Hollandse Nieuwe.

IMG_2006

Als de Hollandse Nieuwe niet naar Nederlandse wateren komt, dan halen we onze nationale trots wel op. Dat moeten haringvissers de afgelopen jaren hebben gedacht, nu ze in Noorwegen het dorp Egersund voor zo’n zes weken bezetten om daar de complete voorraad Hollandse Nieuwe in te slaan. Welkom in haringhoofdstad Egersund!

Al sinds de late Middeleeuwen is haring niet meer uit Nederland weg te denken. Amsterdam, Veere, Enkhuizen en Vlaardingen hebben bijvoorbeeld een belangrijk deel van hun welvaart en rijkdom te danken aan de vette vissen, die destijds nog aan boord werden gekaakt én gezouten om bederf te voorkomen. Met houten bootjes -zogeheten ‘jagers’ werd de haring dan aan wal gebracht. Omliggende landen waren best een beetje jaloers op onze zeemannen, die later met platbodems zelfs op het strand konden landen en de eiwitbommetjes aan wal brachten.

Hoe anders is dat nu! Wie nu een Hollandse Nieuwe wil vangen, moet naar Skandinavië. Toen de Noordzee in de jaren ’70 werd gesloten zochten de Nederlanders hun heil in het noorden. “De verwerking van de Hollandse Maatjesharing levert in deze gemeenschap zeker 250 banen op”, zegt Egil Magne Haugstad, de trotse baas van haringbedrijf Pelagia. Hij is blij met de komst van de Nederlanders, die zeker eigenwijs zijn, zo zegt hij, maar wel een kwaliteitsproduct willen afleveren. Dat beaamt Roar Bjånesøy. “Zonder de invloed van de Nederlanders kunnen we de Hollandse Nieuwe niet zo maken als ze moeten zijn.”

Gisterenochtend kwam in alle vroegte de Hollandse Nieuwe in Egersund aan wal. “Hier, 185 ton verse haring”, roept een van de schippers naar Anton van der Plas. Hij is de baas van Ouwehand, de Nederlandse haringhandelaar die in dit dorpje de meeste haring importeert. De vis is donderdagnacht gevangen en wordt aan boord direct gekoeld en eenmaal in de haven in de verwerkingsfabriek gepompt. Dat onze Hollandse haringkoningen Egersund voor de ruime maand hebben geconfiskeerd blijkt wel als we in de Noorse fabriek de Nederlandse file-informatie uit de radioboksen horen schallen. Hun kantoor voor twee maanden is versierd met Nederlandse vlaggen. “Met Maatjes is het altijd feest” en “Ze zijn er weer!” zijn de teksten.

Van het oude ambacht -het met de hand kaken- is echter bijna niets meer over: zo’n beetje alles gebeurt machinaal, leren we in de verwerkingsfabriek op het haventerrein van Pelagia Seafood. Elke haring wordt in razend tempo gefotografeerd, waarna de computergestuurde kaakmachines de haringen ontkoppen en uiteindelijk van ingewanden ontdoen. Alleen het alvleeskliertje blijft in de vis zitten. “Cruciaal, want die zorgt voor een verandering van eiwitten en daardoor krijgt de vis de typische smaak”, zegt Ben Zuijderduin, die als Nederlandse haringmeester jaarlijks naar de verwerkingshaven in Noorwegen komt.

Hoewel bijna alles met de machines gebeurt, willen de haringhandelaren het voor geen goud uit handen geven aan de Noren. “Het is gewoon een Nederlands product, dus we houden vinger aan de pols. Wíj bepalen de kwaliteit van de haring, daar zijn we heel kritisch op. De Noren hebben de Hollandse Nieuwe ook maar van horen zeggen”, zegt Henrik Houwaard. Jaap ‘niets met de firma te maken’ Ouwehand is trots op het bedrijf. “Het gaat van vader op zoon hè. Zo ben ik er ook ingerold. Jarenlang in de afslag rondgelopen met briefjes om de haring te keuren. Wij weten hoe een haring moet zijn.”

In de Hollandse nederzetting zijn het dan ook de Nederlanders die de lakens uitdelen aan de werknemers die opvallend vaak uit Litouwen komen. Zij bepalen aan de hand van vetpercentages en grootte dan ook of de vis geschikt is om ‘aan het staartje’ door te gaan of bijvoorbeeld als rolmops eindigt. Ouwehand proeft -samen met nog zeven collega’s- ruikt en knijpt in de maatjes, die pas als ‘Hollandse Nieuwe’ worden betiteld als zij dat goed genoeg vinden. Na het kaken eindigen de haringen in een zoutbad en gaan ze minimaal 24 uur in de vriezer om de eventueel aanwezige haringworm te doden.

In Egersund wordt jaarlijks ongeveer de helft van alle Hollandse Nieuwe (in totaal 25.000 ton) aangeland en verwerkt. “En dat alles in zo’n vijf weken tijd”, aldus haringkoning Anton van der Plas. Vorig jaar was de vis subliem vanwege het hoge vetpercentage, maar momenteel is de haring ook van ‘topkwaliteit’, zo tonen de handelaren aan. De volgevreten vissen kennen -voor ze in het pekelbad belanden- momenteel een vetpercentage van 21 procent, ruim voldoende om komende woensdag in het eerste vaatje nieuwe vangst te eindigen.

Het zijn overigens niet meer de Nederlandse vissers die de haring al wal brengen: de laatste twee schepen onder Nederlandse vlag staakten de activiteiten in 2013. Alleen de Denen, Noren en een paar Schotten die onze haringen met zo’n dertig schepen vangen de vis nog. Dit jaar mag de sector, die streng gereguleerd is om overbevissing te voorkomen, zo’n 481 ton aan wal brengen, iets minder dan voorgaande jaren. De EU en Noorwegen hebben dan ook strenge regels gesteld om de haringpopulatie in stand te houden.

“We verwerken hier zo’n drie- tot vierhonderd ton haring op een dag”, zegt Jaap Ouwehand, terwijl hij een volvette haring ‘uit zijn jasje trekt’ en van de ingewanden ontdoet. “Deze vis heeft goede voeding gehad. Ja, deze vangst is écht geschikt voor de Hollandse Nieuwe”, besluit de haringmeester. “Op naar vlaggetjesdag!”

Bron: de Telegraaf

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s